Flashtop

Get macromedia Flash Player

Zoeken op trefwoord | Beroepsvereniging BSM Nederland | A+ | A-
Wat_gebeurt_er_met_een_mens

Binnen een periode van 18 jaar is het groeiproces van foetus naar volwassene voltooid. Een onwaarschijnlijke hoeveelheid ontwikkelingen volgt elkaar in sneltreinvaart op, uiteenlopend van leren lopen tot het volgroeien van het lichaam, van het leren praten tot het als jongvolwassene klaar staan voor het ‘echte' leven.
Het is dus helemaal niet zo vreemd als blijkt dat een aantal van die, voor een kind belangrijke ontwikkelingsmomenten, niet zo vloeiend verlopen. Ook volwassenen kunnen de gevolgen blijvend ervaren.

Het brein: de bron
Ons brein is flexibel. Hersenencellen kunnen in reactie op nieuwe informatie ook nieuwe patronen construeren en nieuwe combinaties maken van zenuwcellen en neurotransmitters (chemicaliën die boodschappen tussen de zenuwcellen overbrengen). Sterker nog, ons brein is plooibaar. Ze veranderen voortdurend en passen hun bedrading aan, in overeenstemming met nieuwe gedachten en ervaringen. En als gevolg van het leerproces verandert ook de functie van de afzonderlijke zenuwcellen zelf, waardoor elektrische prikkels makkelijker worden doorgegeven. Dit vermogen om de bedrading van het brein te wijzigen, om nieuwe zenuwverbindingen te leggen, is aangetoond in experimenten.

Een voorbeeld: het experiment dat werd uitgevoerd door de doctoren Avi Karni en Leslie Underleider aan de National Institutes of Mental Health. In dit experiment lieten de onderzoekers proefpersonen een eenvoudige motorische taak uitvoeren, een vingertikoefening. Ze keken daarbij welke delen van het brein bij de taak actief waren door een MRI hersenscan te maken. De proefpersonen deden de vingeroefeningen. Daarna elke dag, vier weken lang en werden zij er geleidelijk aan beter en sneller in. Aan het einde van de vierde week werd er opnieuw een hersenscan gemaakt. Het resultaat wees uit dat het deel van het brein dat bij de taak betrokken was, zich had uitgebreid. Dit gaf aan dat door het regelmatig oefenen en herhalen van de taak nieuwe zenuwcellen waren ingezet. De zenuwverbindingen die oorspronkelijk bij de taak betrokken waren hadden zich gewijzigd.

De oefeningen die door de B.S.M. de Jong therapeut worden voorgeschreven hebben dezelfde uitwerking. Door regelmatig oefenen en herhalen is het brein in staat nieuwe zenuwverbindingen te maken en bestaande te wijzigen.

Zwangerschap en bevalling
Tijdens de zwangerschap groeit een kind uit van een paar celletjes tot een baby. De ontwikkeling van de cellen staat onder invloed van het voedingspatroon van de moeder en het gedrag.

Een bevalling is een risicovolle gebeurtenis, zowel voor moeder en kind. Voor het goed op gang komen van het leven buiten de baarmoeder, is een bevalling noodzakelijk. Een te snelle, te langzame of een bevalling met kunstgrepen kan invloed hebben op de ontwikkeling van het kind.

Stofwisseling
Ontwikkelings- en/of gedragsproblemen hebben naast de hierboven vermelde oorzaken, ook vaak te maken met een verstoring in de stofwisseling. Hierdoor kan het brein niet optimaal functioneren. Vaak worden we bij een kind het eerst met de symptomen van een ontwikkelingsstoornis geconfronteerd.

Deze ontwikkelingsstoornis kan erfelijk zijn, maar bijvoorbeeld ook zijn ontstaan tijdens de zwangerschap of geboorte. Daarnaast kunnen leefomstandigheden en de omgeving waarin het kind opgroeit (is opgegroeid) van grote invloed zijn geweest.

Erfelijkheid
Eén van de voornaamste erfelijke factoren die voor problemen kan zorgen, is de uitstoot van de neurotransmitter (hersenboodschapperstof) acetylcholine. Als deze uitstoot verlaagd is kun je, volgens de B.S.M., spreken van een ‘onrijp' brein. Het gevolg van onvoldoende uitstoot van acetylcholine is dat de informatie uit de buitenwereld minder snel wordt verwerkt. In het huidige levenstempo/onderwijstempo kan dit te langzaam gaan.

Voedselgebrek kan iemand voor de rest van zijn leven gevoeliger maken voor ziekten, net als zware stress. Dat zal niemand verbazen. Maar revolutionair is het idee dat kinderen en zelfs (achter)kleinkinderen die overgevoeligheid kunnen erven.

Andere factoren
Behalve erfelijke oorzaken zijn er ook heel veel andere lichamelijke oorzaken die tot leermoeilijkheden kunnen leiden. Veelvuldig last hebben van oorontstekingen of verkoudheden kunnen er toe leiden dat het primaire gehoorgebied minder krachtige prikkels krijgt en daardoor ook minder krachtig gaat werken. Ook een valpartij kan de oorzaak zijn van leer- en gedragsproblemen, evenals verkeerde eetgewoontes of vitaminetekorten.

 

Print
Mail a friend
Stel een vraag
© BSM Delfgauw
Sitemap > Realisatie Onsweb